In ZenBoeddhistische kloosters offeren we bij middagmaaltijd een broodkruimel voor de hongerige geesten. Een ceremonieel gebaar dat ons even doet denken aan het geluk dat we hebben elke dag onze portie eten zomaar op ons bord te krijgen.
De nederlandse schilder-dichter Lucebert gebruikte de broodkruimel om zijn gevoel van kosmische nietswaardigheid uit te drukken. De broodkruimels van Hans en Grietje behoren tot ons collectief bewustzijn. Ze markeerden hun pad met broodkruimels in de hoop hun “home” of “beginpunt” terug te vinden. Vandaag kennen we allemaal de broodkruimels als “een virtueel kruimelpad” dat ons op de website toont waar we ons virtueel bevinden, meer gekend in de engelse benaming “breadcrumb”.
Broodkruimels zijn altijd en overal. De beoefening van zen is een pad ontdekken, een pad bedekt met broodkruimels die anderen voor ons hebben gemarkeerd, je moet ze gewoon zien en de juiste weg volgen.


Gelukkig komt Jean-Marie me ophalen met de wagen voor de eerste vroege zazen in de nieuwe dojo. Ik moet de Pajotse heuvels niet op klimmen met de fiets om 6 uur s’morgens, een hele opluchting. Zazen in het donker en de stilte van de ochtend, het is de beste zazen. Straks ga ik naar de begrafenis van de vader van een vriend.. Ik hoop iets van de rust en sereniteit van de meditatie mee te nemen.